Wat een reis… en ik ben nog steeds onderweg
Op 16 mei reisde ik naar Amsterdam om een dag later naar Santa Maria op de Azoren te vliegen. Daar stond een rondwandelreis op het programma. Het weer werkte niet altijd mee, maar dat maakte het landschap niet minder indrukwekkend en de wandelingen niet minder mooi. Met de zon zo nu en dan was het heerlijk en zelfs het soms onbereikbare plekje “Norte” was bereikbaar. Misschien was dat wisselvallige weer wel een voorbode van alles wat nog zou komen.
De eerste vertragingen
Op zondag 24 mei zouden we om 22.00 uur naar São Miguel vliegen. Daar hadden we een hotel geboekt om de volgende dag nog een korte uitstap op het eiland te maken. Na uren wachten op de luchthaven kwam midden in de nacht het bericht waar niemand op zat te wachten: de vlucht was geannuleerd.
Vanaf dat moment begon het grote regelen. Gelukkig is SATA, de Azoriaanse luchtvaartmaatschappij, daar behoorlijk goed in. Maar goed geregeld of niet, wachten blijft wachten.
Eerst in de rij voor een nieuw ticket en een hotelvoucher. Daarna in de rij voor een taxi. En eenmaal in het hotel stond er opnieuw een rij voor de receptie. Uiteindelijk lag ik pas om 05.00 uur in bed. Om 06.30 uur stond de taxi alweer voor de deur om terug te gaan naar de luchthaven.
Hotel nummer drie
Die ochtend vertrokken we alsnog, zij het met vertraging, naar São Miguel. Onze hotelboeking was inmiddels verlopen, maar dankzij de flexibiliteit van het hotel konden we nog ontbijten, ons opfrissen en zelfs een korte powernap doen.
Diezelfde avond vlogen we door naar Terceira. Hotel nummer drie van deze dag.
De vlucht verliep verder zonder grote problemen. Op Terceira maakten we in twee dagen drie prachtige wandelingen. Daarna reisden we door naar Pico.
Bij aankomst scheen de zon en de taxichauffeur wees direct naar de imposante vulkaan Pico.
“Geniet ervan,” zei ze. “Wanneer hij weer zichtbaar is, weet niemand.”
Ze bleek, zoals de locals dat zo vaak hebben, gelijk te krijgen.
Storm op Pico
De volgende dag sloeg het weer volledig om. Wind, regen en storm. Toch gingen we op pad; het was onze enige volledige dag op Pico en bovendien onze laatste wandeldag op de Azoren.
Toen we een taxi vroegen ons naar het beginpunt van de wandeling te brengen, keek de chauffeur verbaasd op. Hij leek te twijfelen of dit wel verstandig was. Pas toen we uitlegden dat we ervaren wandelaars zijn en wandelstokken bij ons hadden, bracht hij ons naar boven.
Eenmaal op de berg werden we direct geconfronteerd met de omstandigheden. Windkracht acht, geen beschutting en rukwinden die je letterlijk uit balans konden brengen. We liepen met de wind in de rug, maar juist daardoor was rechtop blijven staan soms een uitdaging.
Alsof dat nog niet genoeg was, lagen er onderweg ook enkele koeien midden op het wandelpad. Die maak je liever niet boos. Met veel geduld, respect en een ruime boog wisten we ze te passeren.
De beloning volgde tijdens de afdaling. Ondanks alle weersomstandigheden was die werkelijk fantastisch.
Naar huis? Nog even niet
Vrijdag 29 mei zou de terugreis beginnen. Dat was tenminste het plan.
Om 9.00 uur arriveerden we op de luchthaven, waar direct duidelijk werd dat er niet gevlogen werd. Onze vlucht werd verplaatst naar zaterdagavond 22.00 uur.
We kregen een hotel toegewezen. Ruim, comfortabel en eigenlijk prima. Ik besloot wat te werken om de tijd door te komen. Buiten was het weer nog steeds niet bepaald uitnodigend.
Zaterdag volgde de volgende teleurstelling: opnieuw een annulering.
De nieuwe planning? Maandag 1 juni naar Lissabon.
Dat betekende nóg meer wachten, nóg een hotel en steeds opnieuw op zoek naar een plek om te eten. Op een gegeven moment is eten geen gezellig onderdeel van de reis meer, maar gewoon iets wat moet.
Eindelijk onderweg
Maandag 1 juni gebeurde eindelijk waar we bijna niet meer in geloofden: we vertrokken.
Met vertraging weliswaar, maar we vlogen naar São Miguel. Daar stond grondpersoneel klaar om ons rechtstreeks over het platform naar het vliegtuig richting Lissabon te brengen.
Dat is een van de voordelen van kleine luchthavens: er wordt op elkaar gewacht. Ik begrijp dat de passagiers die al in het vliegtuig zitten daar minder enthousiast over zijn, maar voor ons was het geweldig.
Niet iedereen was blij met mij
Omdat wij als laatsten instapten, waren alle bagagevakken boven de stoelen al vol. Tenminste, zo leek het. In werkelijkheid lagen er overal kleine tasjes en handtassen die eigenlijk onder de stoel voor je horen.
Mijn rugzak was officiële cabinebagage en daarvoor was ook betaald. Ik gaf hem aan de stewardess en wees erop dat veel van de ruimte werd ingenomen door bagage die niet in de vakken hoorde.
Ze was het met me eens.
Vervolgens werden verschillende kleine tassen teruggegeven aan hun eigenaren met het verzoek deze onder de stoel te plaatsen. Daardoor kwam er precies genoeg ruimte vrij voor mijn rugzak.
Ik kreeg daarbij enkele vernietigende blikken toegeworpen.
Maar ach.
Die mensen zie ik waarschijnlijk nooit meer terug.
En na alles wat deze reis al had gebracht, kon dat er ook nog wel bij.
Nog steeds onderweg
Pfff… Maandag 1 juni, eindelijk op het vasteland.
Eerst een hotel voor de nacht regelen, daarna op zoek naar vliegtickets naar huis. Dat bleek nog niet zo eenvoudig. De prijzen waren schandalig hoog en met een staking in Portugal op woensdag 3 juni in aantocht zaten veel vluchten bovendien al vol.
Na wat puzzelen besloten we een andere route te nemen: met de trein naar Faro en van daaruit vliegen naar Nederland. De vliegtickets waren betaalbaar en ach, een extra hotelnacht kon er inmiddels ook nog wel bij.
’s Ochtends kochten we bustickets voor 18.00 uur, omdat er voor de bus van 14.00 uur geen plaatsen meer beschikbaar waren. Toen we na het ontbijt nog eens keken, bleek er ineens wél plek te zijn.
Vol goede moed liepen we naar het busstation om te vragen of we onze tickets konden omboeken. En waarachtig, dat kon. De medewerker achter de balie gaf ons zelfs een glimlach mee.
We waren direct in jubelstemming. Zou het dan eindelijk een dag worden waarop alles volgens plan verliep?
Daar ging het plan weer...
Na het uitchecken wachtten we nog even in de gezamenlijke ruimte van het hotel. Om de beurt haalden we wat broodjes voor onderweg.
Terwijl ik bij de supermarkt stond, vlak voor vertrek naar het treinstation, kreeg ik een melding op mijn telefoon.
Mijn vlucht was geannuleerd.
Op dat moment stond het huilen me nader dan het lachen. Wat nu weer?
Omdat de trein bijna vertrok en ik het eerlijk gezegd ook even niet meer wist, stapten we toch maar in. Onderweg zou ik wel verder nadenken.
Tijdens die treinreis nam ik uiteindelijk een besluit. Of eigenlijk: François gaf me het laatste zetje.
Dan maar anders
Ik besloot in Portugal te blijven. Niet voor altijd natuurlijk, maar wel een paar dagen langer.
Vanaf 8 juni begeleid ik namelijk een wandelreis in Portugal. Donderdag vertrek ik naar het guesthouse in Castelo Rodrigo, waar we later ook met de groep zullen verblijven.
Daar ga ik eerst eens helemaal niets doen.
Bijkomen van het wachten, regelen, omboeken, annuleringen en alle onzekerheid die daarbij hoort. Want hoewel ik niet thuis ben, staat het leven daar natuurlijk niet stil.
Wat ik mis
Ik mis François. We bellen, appen en hebben veel contact, maar dit was niet hoe we het hadden gepland. Op deze extra dagen waren we niet voorbereid.
Ik mis Wandelpin. Het inpakken van pakketjes, de dagelijkse bezigheden en het werken voor mijn bedrijf. Natuurlijk werk ik op afstand, maar dat voelt toch anders.
Dat ik de eerste ALV van Agora in Friesland heb gemist.
Ik baal ervan dat ik afspraken moet afzeggen.
Dat ik mijn vrijwilligerswerk niet kan doen zoals ik zou willen.
Dat ik mijn zoon in Den Helder niet kon uitzwaaien voordat hij voor twee maanden met de marine naar de Verenigde Staten vertrok.
Dat mijn middelste zoon juist nu een paar dagen in Nederland is en ik hem daardoor niet zie.
En misschien nog wel het meest: mijn jongste zoon heeft een bedrijfsongeval gehad. Wat had ik hem graag even gezien en een knuffel gegeven.
Maar ook dankbaar
Tegelijkertijd besef ik hoe dankbaar ik ben. Dankbaar dat wij blijkbaar flexibel genoeg zijn om met dit soort situaties om te gaan.
Dat François thuis alles oppakt. Naast zijn eigen werk houdt hij Wandelpin draaiende en denkt hij met me mee.
Het is een fijn gevoel om te weten dat de thuisbasis stevig staat, ook als je zelf honderden kilometers verderop bent.
Vooruitkijken
Als alles volgens plan verloopt, ben ik op 15 juni weer thuis. Dan heb ik precies twee dagen om de was weg te werken, opnieuw in te pakken en me voor te bereiden op het volgende avontuur.
Want op 18 juni vertrekken François en ik voor drie weken zomervakantie met de caravan. Na alles wat deze reis heeft gebracht, kijk ik daar nu al enorm naar uit.
En als ik terugkijk op deze weken?
Dan heb ik op ontelbaar veel plekken geslapen, in hotels, appartementen en noodonderkomens. Hoeveel precies moet ik nog eens tellen. Maar één ding weet ik zeker: Ik voelde me af en toe net een backpacker. Of een roadtripper.
Alleen dan zonder rugzak en zonder eigen plan.
Toen ik ging tellen bleek ik in 15 verschillende bedden te hebben geslapen
En dan mijn thuisbasis
Terwijl ik in Portugal probeerde thuis te komen, stond ook thuis het leven niet stil.
François heeft in de afgelopen weken van alles moeten aanpassen, verzetten en annuleren. Zo kon hij bijvoorbeeld niet mee op een mannenweekend omdat er geen oppas voor de honden beschikbaar was.
Maar er gebeurde ook iets waar we achteraf allemaal ontzettend om hebben gelachen. Het begon met een logistieke puzzel.
Mijn auto stond nog in Amsterdam. Ik zou op 15 juni naar Düsseldorf vliegen. Ondertussen moest diezelfde auto op 4 juni naar de garage, zo’n 25 kilometer van ons huis vandaan.
Dat resulteerde in het volgende appbericht:
- Na het werk zette ik auto 1 op het station in Deurne om vervolgens met de trein naar Schiphol te reizen.
- Vanaf Schiphol ging ik naar Hotel Van der Valk om auto 2 op te halen.
- Na behoorlijk wat gedoe bij het ophalen kon ik eindelijk vertrekken richting Venray, waar de garage zit.
- Auto 2 werd netjes bij de garage in Venray neergezet.
- Alleen bleek daar geen mogelijkheid te zijn om de sleutel achter te laten. Geen probleem, dacht ik. Dan breng ik die morgenochtend wel even langs.
- Dus de volgende ochtend op tijd opgestaan, sleutel op zak van auto 2 en naar buiten gelopen richting auto 1.
- WHATTT… auto 1 staat er niet.
Paniek. De auto is gestolen. Tenminste, dat dacht ik.
Met stuurslot en al verdwenen.
In gedachten zag ik onze zomervakantie al in rook opgaan. Woedend liep ik naar binnen en belde de politie. De agent vroeg rustig of er camerabeelden beschikbaar waren.
“Ja,” antwoordde ik.
“Dan zou ik die eerst even bekijken.”
Dat deed ik.
En toen viel het kwartje.
Zie punt 1.
De auto stond helemaal niet in Venlo. De auto staat nog steeds in Deurne.
Hij kon dus onmogelijk de sleutel naar Venray brengen, omdat hij eerst met de trein naar Deurne moest om de auto op te halen.
Zijn eigen conclusie?
“Captain Chaos rules.”
Ons gezin, de zonen en schoonkinderen hebben er hard om gelachen en gelukkig kon François er uiteindelijk zelf ook om lachen.
Over dat ophalen wil ik trouwens nog iets kwijt.
Ik had vooraf meerdere keren gebeld, gemaild en uitgelegd waar de auto stond en wie hem kwam ophalen. Aan de telefoon leek alles eenvoudig geregeld. Op locatie bleek dat toch anders te liggen.
Eerst hoefde er niets betaald te worden, was men vriendelijk en behulpzaam, daarna ineens € 50 en uiteindelijk werd het € 15 en was begrip en behulpzaamheid ver te zoeken. Het bedrag was niet het probleem, maar de onduidelijkheid vond ik jammer.
Nog even over SATA
Ik wil ook nog iets zeggen over SATA, de lokale luchtvaartmaatschappij van de Azoren.
De medewerkers hebben ongetwijfeld vaker met dit soort situaties te maken gehad. Ondanks alle annuleringen verliep het proces opvallend soepel en waren de medewerkers altijd behulpzaam.
Natuurlijk helpt het als je zelf ook vriendelijk en ontspannen blijft, al is het soms maar voor de buitenwereld. De medewerker achter de balie heeft immers net zo weinig invloed op het weer als ik.
Tijdens de vertragingen kregen we dagelijks vouchers voor lunch, diner en taxi’s. In eerste instantie werden ook hotels geregeld. Later moesten we die zelf betalen en achteraf declareren.
We hoorden dat er in totaal werden er ongeveer 175 vluchten geannuleerd vanwege het weer. Dat is overmacht. Niemand vraagt om die situatie en het vraagt een enorme organisatie om dat allemaal op te vangen. Daar neem ik echt mijn petje voor af.
Voor Transavia heb ik wat minder begrip.
Op dinsdagavond konden we nog een ticket boeken dat vervolgens woensdag alweer werd geannuleerd. Dat voelde als blij maken met een dooie mus. Uiteindelijk hebben ze het netjes opgelost, maar prettig voelde het niet.
Terugkijken met een glimlach
Als ik nu terugkijk op deze reis, doe ik dat met een kleine inwendige traan, maar vooral met een grote glimlach. Want eerlijk is eerlijk: reizen blijft fantastisch.
Gelukkig zijn dit soort situaties niet de standaard en juist daarom worden ze uiteindelijk de verhalen die je blijft vertellen. Dank je wel dat je mee bent gegaan in mijn persoonlijke avontuur.
En geloof me: ik heb nog lang niet alles verteld.
Ik had kunnen schrijven over de dames achter de hotel balies die niet altijd even vrolijk waren. Over de spinduizendpoot die ons gezelschap hield op Terceira. Over mijn wandelstok die op wonderlijke wijze met het handvat vast kwam te zitten aan een boom of over tientallen andere kleine momenten die deze reis maakten tot wat hij was.
Misschien zijn sommige verhalen juist leuk omdat ze niet in een blog passen, maar bewaard blijven voor aan de eetkamertafel of tijdens een feestje.
Voor nu sluit ik af.
Op naar de volgende reis.